Zeezwemtochten
Toen het voor onze ploeg (van A.Z.& P.C.) duidelijk was dat wij niet naar de WMK gingen omdat wij zwanger waren (nu ja, niet allemaal, er waren ook wel andere redenen, maar wij leven altijd zeer met elkaar mee en met de zwangerschappen van een tweetal onder ons begon het) zocht ik naar andere uitdagingen. Eén daarvan vond ik in het deelnemen aan de Lektocht, de andere in het zwemmen van de drie zeetochten over 4 km in Zeeland.
In eerste instantie was ik nog bang dat ik in Engeland terecht zou komen, omdat ik het soms moeilijk vindt om koers te houden en het strand aan mijn rechterzijde ligt, terwijl ik links adem. Op zich is het natuurlijk geen ramp de Noordzee over te steken. Weer eens wat anders dan het Kanaal. Maar ja, dan sta je daar aan de overkant en niemand die je opwacht en hoe kom je dan weer terug…..
In de open waterwedstrijden voorafgaande aan deze zeetocht dus toch maar heel goed geoefend in het af en toe voor mij kijken om te zien waar ik zwem. Dat ging redelijk, zodat ik met veel vertrouwen (nou ja…. wel wat zenuwachtig) op zondag 1 augustus naar Zeeland vertrok voor de eerste van drie tochten in zee.
De eerste tocht ging van Westkapelle naar Zoutlande. Vreemd genoeg moest ik in Zoutelande, waar de finish was, inschrijven. Daarna met eigen auto naar de start in Westkapelle. Dat is een beetje onlogisch. Een probleem diende zich aan. Wat doen wij met de auto. Besloten werd de auto in West-Kapelle bij de start te parkeren. Van daaruit zou ik zwemmend in zee en mijn begeleiders Kees en Marja lopend langs het strand terugkeren naar Zoutelande. Na afloop zouden we dan gedrieën rustig teruglopen naar de auto. De kledingzak werd wel door de organisatie meegenomen naar de finish. Daar hoefde dus niet mee gesjouwd te worden.
De start was om half vier. Aan de start verschenen 52 zwemmers en zwemsters. De sfeer was gezellig. Iedereen had contact met iedereen. Wat opviel was het grote aantal wetsuits. Ik denk dat er maar zo’n 10 zwemmers (waaronder ik dus)zonder startten. Het water was heerlijk van temperatuur. Zo’n 19 graden. De boventemperatuur op dat moment zo’n 22 graden. Goed ingesmeerd met zonnebrandolie. De anderen, meest triatleten, waren duchtig met de vaseline in de weer.
Voor de start raakte ik met iemand aan de praat die een iets snellere tijd had staan op de drie kilometer. We besloten te proberen bij elkaar te blijven. Ik gaf haar echter de raad wel haar eigen tempo te blijven zwemmen als ik te langzaam ging.
De start was aan de rand van het water. Na het fluitsignaal lopend het water in tot het makkelijker was te zwemmen. Het zwom heerlijk licht. De zee was vrij rustig, op drie momenten na. Op die momenten had ik te maken met vrij hoge golven. Waardoor dat kwam weet ik niet, zal wel wat te maken hebben met de stroming of passerende boten.
Richting bepalen blijkt altijd moeilijk. Wat mij wel opviel was dat ik nooit alleen zwom. Ik zag steeds overal om mij heen gele badmutsen. Dat heb ik wel anders meegemaakt. Voor mij lag iemand die schoolslag zwom. Lekker dacht ik, daar blijf ik schuin achter. Hij ziet waar hij heen moet, ik hoef alleen hem maar in de gaten te houden. Op een gegeven moment bleek echter dat ik sneller ging dan hij. Dus ja, dan maar er voorbij. Als ik echter voorbij was, ging hij over op de borstcrawl, ging mij dan weer voorbij en als hij gepasseerd was ging hij weer over op de schoolslag, zodat ik weer houvast had. Dat herhaalde zich zo een paar keer. Gedurende de hele rit ben ik een aantal mensen gepasseerd.
Bij een oranje boei moesten wij het strand weer op. Op het strand zou de finish te herkennen zijn aan de reddingspost wat hoger op het strand en de oranje hekken.
Toen ik echter een oranje boei passeerde en dacht, hoera ik ben er, bleek dat niet dé oranje boei te zijn. Het oranje wat ik op het stand zag waren strandtenten. Op dat moment waren er ook weer hoge golven zodat ik niemand meer zag en het idee had dat ik helemaal alleen lag. Waar moest ik nu heen? Mensen op een passerende boot die ik de weg vroeg bleken niet bij de organisatie te horen. Zul je altijd zien. Ik zag echter ook geen gele mutsen richting strand gaan en ben dus maar doorgezwommen. En opeens, toch nog vrij onverwacht, ligt daar toch opeens die oranje boei vlak voor mij en blijk ik toch temidden van een hele groep richting strand te zwemmen.
De tijd? 1 uur 48 zei men mij. Ik nam automatisch aan 1 uur 48 minuten en dat viel mij toch wel een beetje tegen. Ik had op anderhalf uur gerekend. Dat had ik ook tegen Kees en Marja gezegd, die daar dan ook op rekenden. Ik was er dus later dan zij, dat wil zeggen toen ik het strand opliep kwamen zij er net aan. Je heb er maar een uur overgedaan….. riep Marja. Die 48 minuten bleken dus 48 seconden te zijn. Uiteindelijk was ik 41e van de 52.
Na een 5-tal glazen vocht weggewerkt te hebben. Enerzijds om vochtverlies aan te vullen, anderzijds om die vieze zoute smaak uit mijn mond weg te spoelen lekker onder de douche bij voetbalvereniging De Meeuwen. Aangekleed en even bijgekomen op een terras aan zee. Vervolgens de 4 km teruggelopen, gedeeltelijk langs het strand, gedeeltelijk door de duinen, naar West-Kapelle, waar de auto geparkeerd stond. Dat bleek uiteindelijk best makkelijk, ook in ongeveer een uur, te gaan. Toch maar doortrainen voor een triatlon?
Rond 22.00 uur waren wij thuis. 15 uur onderweg om één uur in zee te zwemmen.
En dat doen we na drie dagen op woensdag 4 augustus dus weer. Ditmaal ging de tocht van Oost-Kapelle naar Domburg en startten we ’s avonds om half acht. Voor die dag werd onweer verwacht.
Het gevreesde onweer bleef weg dus om een uur of half drie weer richting Zeeland. De weg ken ik nu bijna uit mijn hoofd. We kiezen weer voor het parkeren van de auto bij de finish, aan het einde van de Duinweg. Daar ligt een groot parkeerterrein waar voor € 2,00 geparkeerd kan worden. Voor ons Westerlingen geen geld. Dat hebben wij dan ook niet bij ons. Wij blijken alleen parpiergeld bij ons te hebben. Wat nu? Wel, op naar het restaurantje dat een 100 meter terug ligt. Daar wat eten (de krentenbollen die wij voor dit doel gekocht hadden liggen nog thuis) en terug naar de parkeerplaats met nu wel twee Euro aan muntgeld in onze portemonnee.
Bij de start tref ik een paar bekenden aan die er afgelopen zondag ook waren. Het totaal aantal deelnemers is echter lager. Dat komt omdat er op dezelfde tijd ook een wielerwedstrijd en een hardloopwedstrijd worden gehouden. Dat is ook gelijk de reden van de afzetting. Deze twee koersen blijken de zwemwedstrijd te beconcurreren (hoezo concurrentie als je aan een zeezwemtocht mee kan doen?)
Bij de uitleg aan de start wordt verteld dat wij de ebstroom en de wind mee hebben. We zullen 11x paaltjes tegenkomen. Bij de 10e keer staan er twee paaltjes naast elkaar, bij de 11e keer zijn die wat hoger en gemarkeerd door een rode vlag. Daar is dan de finish. Vanuit het water is er dan een fuik van rode windschermen die je naar de man met de stopwatch leiden. De finish is ook te herkennen aan het gebouw van de Reddingsbrigade dat wat hoger op het strand staat en hetzelfde is als het gebouw waar wij nu voor staan maar dan wat smaller en hoger, dus eigenlijk ziet het er heel anders uit. De eerste rij paaltjes, die op ongeveer een kilometer ligt, wordt voortgezet door bazaltblokken onder water. Die kunnen gevaarlijk zijn voor ons. Daarom ligt daar een bootje dat je aan je linkerhand moet houden. De andere boten liggen rechts.
Het startschot klinkt en we lopen het water in. Ik kan niet hardlopen, dus ik loop al een achterstand op nog voordat we aan zwemmen toe komen. Dat begint goed. En dan zwemmen. De rustige zee van de eerste tocht is dit duidelijk niet. Hoge golven. Die gaan dan wel de goede kant op maar ik vind het zwaar zwemmen. Ik heb het gevoel dat ik eerst een meter omhoog moet zwemmen en dan weer een meter omlaag. Door die golven zie ik ook niets. Lag ik de eerste tocht nog gezellig tussen de andere zwemmers in. Nu zie ik alleen maar golven, golven en nog eens golven en heel in de verte de toren van Domburg, die gelukkig op een duin staat, zodat die af en toe boven de golven uit te zien is. Ik zie geen paaltjes, ik zie ook geen boot die mij moet beschermen tegen de bazaltblokken onder water. Ik zie ook geen bazaltblokken onder water. Ik zie alleen maar golf, maar dat schreef ik vier regels hoger al.
Ik worstel me door de golven heen (de derde keer dat ik ze noem, maar het waren er ook heel veel). Opeens hoor ik een stem, ik kijk op, een boot. U (jawel, men zei U) bent te ver in zee…. U (alweer U) kunt beter wat dichter naar het strand gaan..
Dat leverde mij twee zekerheden op:
1. Ook al zag ik de hele tocht geen enkele boot; de boot, althans de opvarenden, zag mij wel. Een geruststellende gedachte.
2. Voor een Kanaaloversteek moet ik nog even wat doortrainen.
Nou ja, volgzaam als ik ben, wijzigde ik direct van koers. Want wie ben ik om zo’n raad niet op te volgen?
Opeens voel ik iets aan mijn voeten. Een medezwemster. Weet jij waar we zijn vraagt ze aan mij. Ergens in zee is mijn antwoord. We zwemmen even gelijk op, maar dan is zij toch sneller en ik heb de kracht en de moed niet om echt achter haar aan te gaan. Het enige wat ik wil is finishen en eigenlijk wel nu. Maar ja, die finish ligt nog een eind verderop. Ik ga dus verder, golfje op, golfje af en dan zie ik een oranje vlag. Oranje is niet rood. Toch word ik hierdoor in verwarring gebracht. Zou dit nu wel of niet de finishvlag zijn. Ik zie echter geen fuik van rode windschermen. Ik zie ook geen gebouwtje van de reddingsbrigade dat hoger en smaller is dan het gebouw bij de start. Ik zie dat gebouw trouwens ook niet als ik wel de rode vlag zie. Wat ik wel zie is een auto op het strand met zijn lichten aan om ons naar de juiste plaats op het strand te leiden. Dat is heel prettig. Dat licht zie je door en over de golven heen. Wat ik ook zie is de zwemster die bij daarvoor gepasseerd is vlak voor mij. Bij het op het strand komen kan ik haar bij het lopen naar de finish inhalen en wij zijn tegelijk bij de man met de stopwatch en krijgen zo dezelfde tijd. 56 minuten en nog wat.
Bij de finish zijn Kees en Henk, een vriend van mij die ik nog ken uit mijn tijd bij Old Dutch. Kees was weer net op tijd, want ik blijk toch steeds weer vlugger te zwemmen dan hij denkt. Henk biedt aan ons terug te brengen naar de auto, dus dat scheelt weer een wandeling van een uur.
Op naar de derde tocht van Dishoek naar Zoutelande op dinsdag 17 augustus ook ’s avonds om half acht.
Wegens omstandigheden kon Kees deze keer niet mee als chauffeur. Wat nu? Een mogelijkheid was natuurlijk dat Françoise en ik (jawel deze keer zwom er nog een AZCP-er mee) met een waterdichte rugzak, waarin onze kleren, zouden zwemmen en vervolgens van de finish naar de start terug lopen om de auto op te halen. Gelukkig bood Petra aan ons naar Zeeland te brengen. Hadden we gelijk medische verzorging bij ons. Zouden we waarschijnlijk geen gebruik van hoeven te maken maar het lijkt direct wat professioneler.
De enige zorg die we nu nog hadden was de windkracht. Die mocht niet boven de 4 uitkomen. En niet te vergeten het onweer. Met onweer geen zwemmen.
Weersverwachting gaf ’s morgens windkracht 2 en onweer hebben we niet gezien of gehoord. Geen vuiltje aan de lucht dus. Een lekker zonnetje, een rustige zee en een watertemperatuur van 21 graden. Wind- en ebstroom mee. Het leek Center Parcs wel.
In die gladde zee kwam toch wat verandering. We zwommen vlak naast de vaargeul die druk bevaren werd door grote schepen. Geen golven op zee dachten die schepen, dan zorgen wij er toch voor.
Maar goed, wij beginnen zoals het hoort bij het begin.
Petra zette ons binnen twee uur in Dishoek af bij het pleintje voor de duinovergang naar het strand waar wij zouden starten. Françoise en ik beklommen de duinovergang, die vrij steil was, keken verlekkerd naar het bankje dat halverwege stond, maar maakten daar geen gebruik van. Als je van zo’n hellinkje al moe wordt, hoe moet dat dan straks onderweg in zee…..
Na gezien te hebben waar wij ons straks in moesten schrijven weer terug naar het pleintje voor een kop koffie. Daarna weer het hellinkje op, weer een blik op het bankje en onze tocht verder naar boven voortgezet zonder rustpauze.
Op het strand kwamen wij Karin tegen. Haar ouders hielden vakantie daar. Had de kinderen bij hen geparkeerd zodat zij een tochtje mee kon zwemmen.
Karin en Françoise hebben het tijdens de tocht erg gezellig met elkaar gehad bleek. Ze hebben de hele afstand “lekker keuvelend met elkaar” afgelegd.
Dat geluk van een zwemmer vlak naast je had ik niet. Gezien mijn “snelheid” lig ik meestal alleen, hoewel ik nu wel weer, net als bij de eerste tocht, wat zwemmers om mij heen zag.
Direct na het startsein, bij het passeren van de eerste golfbrekers werd ik door een links ademende zwemmer tegen de golfbreker (die rechts lag) aan gezwommen, wat mij, naar later bleek, een flink geschaafd been opleverde.
Na nog zo’n 100 meter afgelegd te hebben vond een kwal (ik bedoel hiermee de echte in zee zwemmende kwal) ook dat ik in de weg zwom en met een flinke beet liet hij dat duidelijk aan mij merken. Had ik nog nooit meegemaakt. Nou dat voel je echt. Wel 3 km lang.
Het zwemmen ging makkelijker dan de tweede keer. Ik kon dit keer flink doorzwemmen. Ver voor mij uit kon ik de toren van Zoutelande in de gaten houden. Vlak voor mij lag een tijdje een zwemmer, waarvan ik hoopte dat hij goed koers hield. Na een tijdje bleek helaas dat ik sneller was dus moest ik hem (of haar? dat kun je niet zien met die wetsuits) passeren en was ik weer aangewezen op het torentje in de verte om de weg te vinden.
Omdat een geregelde aanvoer van schepen mij links passeerde dreigde ik dit keer niet af te dwalen richting Engeland. De golven die deze schepen veroorzaakten nam ik dus maar voor lief. Waren trouwens ook niet zo hoog als die door de zee zelf veroorzaakt werden tijdens de tweede tocht.
Finishen blijft toch altijd weer moeilijk. Dit keer moest uitgekeken worden naar een rode vlag op de golfbreker en het huisje van de reddingsbrigade op het duin. Dan zie ik zo’n vlag, maar ben dan weer niet zeker dat het dé vlag is. Vooral niet omdat ik net, toen ik richting vlag koerste, een zwemmer vanaf het strand weer de zee in zag gaan. Dat bracht mij ook van de wijs. Had die zwemmer zich vergist? Moesten we nog doorgaan? Maar verder zag ik nergens een vlag en als ik goed keek richting strand zag ik daar toch wel een huisje op het duin en een menigte mensen.Toch maar doorzwemmen naar het strand. Aarzelend stond ik daar tot ik in het zand een heleboel voetstappen zag, die in een rechte lijn richting het duin gingen, waar flink wat mensen stonden. Dat gaf mij de zekerheid dat ik toch wel op de goede plaats aangespoeld was. Even een sprintje en ja hoor, in 43 minuten en 42 sec had ik deze keer de afstand afgelegd, die dit keer iets korter bleek te zijn dan de vorige twee tochten: 3700 meter. Ik teken voor zo’n tijd in het zoete water op de 3 km.
Françoise en Karin bleken zo’n 36 minuten nodig gehad te hebben.
Op het strand bleek dat ik toch ook nog een bloedend wondje had opgelopen, zodat wij ons medisch begeleidingsteam in de persoon van Petra nog aan het werk konden zetten.
Stukje lopen naar de kantine en kleedkamers van de VV De Meeuwen. Lekker onder de douche. Aankleden. Een glaasje cola om de zoute smaak weg te spoelen. Beker voor de derde prijs in het klassement over drie tochten uit handen van de burgemeester van Veere in ontvangst genomen en ons heerlijk weer door Petra naar huis laten rijden.
Drie tochten van rond de 4km in zee volbracht. Weer een mijlpaal bereikt. Op naar de volgende
Geen opmerkingen:
Een reactie posten