Mijn tweede tocht van Beusichem naar Culemborg. Zwemmend dan wel te verstaan. Frans en Marja halen eerst Jos en dan mij op. Gevieren gaat het dan richting Beusichem, waar drie van ons zwemmend naar Culemborg zullen gaan en de ander (Frans) per auto. Onderweg zijn wij even bang dat we een omweg zullen moeten maken omdat er ’s nachts brand is geweest op de Lekbrug tijdens wegwerkzaamheden. Die brand blijkt echter op de andere helft te hebben gewoed, zodat wij moeiteloos kunnen doorrijden.
Onderweg probeer ik mijn reisgenoten vergeefs warm te krijgen voor een estafette-oversteek van het IJsselmeer. Teveel golven is het antwoord.
In Beusichem ons aangemeld en onze plastic zak voor de kleren opgehaald, met daarin de herinnering aan deze tocht in de vorm van een kwartetspel. Jos, Marja en ik zijn met zijn drieën. Gelukkig komt Marinka er even later er ook bij, zodat wij besluiten, mochten wij ons onderweg vervelen het kwartetspel ter hand te nemen. Met zijn vieren is zo’n spel toch minder voorspelbaar dan met zijn drieën.
De scheidsrechter neemt het woord. We zwemmen onder betere omstandigheden dan vorig jaar. Het zonnetje schijnt lekker. Watertemperatuur rond de 21.5 graad. De stroom mee is ook dit jaar te verwaarlozen. Hoewel…….. 100 meter per uur. Dit betekent volgens een vlug rekensommetje dat als ik lekker op mijn rug ga liggen ik zonder enige inspanning over 60 uur in Culemborg aankom en ondertussen lekker bruin wordt in mijn gezicht. Kan ik dat de jury aan doen vraag ik mij direct af.
De volgende rekensom die in mij opkomt is als ik deze stroom mee onderweg niet gebruik, maar bewaar tot het einde? Hoef ik de laatste 200 meter niet te zwemmen. Die zijn meestal het zwaarst. Helaas schijnen enige natuurkundige wetten hier tegen te zijn, zodat ik de volledige 6000 meter zwemmend op eigen kracht zal moeten afleggen.
En daar gaat de scheepstoeter, waarop wij te water mogen gaan en het schot, waarop wij mogen vertrekken. Nog voordat ik een slag gezwommen heb ligt ik al 20 meter achter. Dat gaat lekker zo. Nou ja, hardlopers zijn doodlopers luidt een bekend spreekwoord en dat zal ook wel voor zwemmers gelden. Ik ga van start in mijn eigen tempo en zie verder wel in welke tijd die mij naar het eindpunt zal brengen.
Een tijd lang lig ik in mijn eentje te zwemmen. Hebben een aantal boten lucht gekregen van mijn wens in estafetteverband het IJsselmeer te bedwingen. De ene na de andere boot veroorzaakt golven om mij zo van dat voornemen af te brengen. Tevergeefs. Ik neem de golven alsof ik niet anders gewend ben. Nou ja, ik heb vorig jaar natuurlijk wel geoefend in Roermond.
Al gauw doemt er toch een oranje badmuts voor mij op. Ik lig niet helemaal alleen. Een tijd lang kan ik hem volgen en ga ik hem zelfs voorbij. Vervolgens passeert oranje badmuts mij weer en een tijdje zwemmen wij zo naast elkaar door. Dat is makkelijk voor mij, want hij ademt naar rechts en kan zo de boten en de gele boeien in de gaten houden. Hoef ik niet zelf te kijken. Dat is niet verstandig van mij. Voor de vorm (voorgevoel?) kijk ik toch maar een keertje voor mij uit en dan zie ik opeens een gele boei vlak voor mij opdoemen. Bijnabotsing. Voortaan dus gewoon zelf opletten. Dat is ook niet zo moeilijk. Ik krijg het ritme van drie keer links ademen en de vierde keer met mijn linkerarm mee ook mijn hoofd naar voren en dan pas naar beneden aardig te pakken. Weer een paar golven en oranje badmuts is weg. Nu ja, ik bedoel ik zie hem niet meer.
Dan begin ik weer met rekenen. Dat kan ik niet laten. 110 Armslagen tussen de groene vlaggen aan de kant. Dit is ook ongeveer de afstand tussen de gele boeien. Moeten dus zo’n 100 meter van elkaar afliggen. Dan maar boeien tellen om te weten hoeveel meters ik afgelegd heb. Op een gegeven moment vind ik dat een beetje saai worden en ook een beetje ontmoedigend. Wat is nu 100 meter op 6000 meter. Bovendien vergeet Ik steeds hoeveel ik er gepasseerd ben. Wat zei de scheidsrechter ook weer? Er lagen 24 boten stil en 2 voeren er heen en weer? 24 boten die stil liggen op 6000 meter. Dat is er pakweg een op de 250 meter. Dat zet meer zoden aan de dijk. Even denk ik dat de boten, dus meters, mij voorbij schieten. Dan heb ik in de gaten dat het steeds hetzelfde bootje is dat naast mij ligt. Tegelijkertijd bedenk ik mij ook dat de bootjes die ik passeer daar echt niet zullen blijven liggen als ik als laatste voorbij gezwommen ben. De woorden van de scheidsrechter dus verkeerd begrepen.
Al met al schiet ik toch lekker op. De spoorbrug doemt opeens voor mij op. Nou ja, nog wel op een afstand van zo’n 2000 meter heb ik mij laten vertellen. Wat wel vreemd is is dat elke keer als ik nu opkijk die brug iets naar achteren verschoven wordt, zodat ik het gevoel heb alsof ik niet opschiet. Dan opeens is die brug toch weer op zijn eigen plaats terug gezet en blijk ik heel in de verte de haven al te kunnen zien. Aan de oevers van de Lek wordt het wat drukker. Er zitten mensen heerlijk van het zonnetje te genieten. Een enkeling waagt zich ook even te water. Allen stralen iets uit van die is gek…… Datzelfde denk ik soms ook wel eens, maar nooit erg lang. De haven komt dichterbij. Dan passeert er opeens een boot met een knipperend licht. Wat is dat? Wegwerkzaamheden? Omleiding? Een file? Dat laatste blijkt het geval te zijn. De golven zijn weg en opeens zie ik een lange rij van groene en oranje badmutsen voor mij. Ik blijk dus toch niet zo in mijn eentje te hebben gezwommen als ik dacht. Gelukkig blijkt de file uit redelijk doorzwemmende zwemmers te bestaan zodat er geen vertraging ontstaat. Ik probeer er nog een klein sprintje uit te persen en finish in 1 uur 49 minuten en 49.97 sec, verwelkomd door Greet Brehler die mij onderweg vanuit de juryboot in de gaten heeft gehouden. Ik ben dus 20 minuten sneller dan vorig jaar. Natuurlijk waren de omstandigheden dit jaar beter dan vorig jaar. Maar na twee longontstekingen dit voorjaar waren mijn tijden op de 1000 meters die ik dit jaar zwom, ook onder betere omstandigheden dan vorig jaar een minuut langzamer. Ik ben dus erg blij met deze tijd.
Van Frans hoorde ik dat de speaker nog meer in mij zag. Bij de tweede aankomende zwemster riep hij om dat ik gefinisht was. Nou nee, zoveel invloed had die prednizonkuur nu ook weer niet, ook al staat dit middel op de dopinglijst.
Ik blijk echter ook niet als laatste gefinisht te zijn. Nog zeker drie heb ik er achter mij gelaten.
Met een tevreden gevoel hijs ik mijzelf het water uit. Dit smaakt naar meer. Wie wil mij volgend jaar opnemen in een estafetteploeg het IJsselmeer over?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten